Waarom ik Christen ben

Een Christen is iemand die Jezus Christus als voorbeeld heeft aangenomen en hem ook wil volgen in woord en daad. Een aantal mensen die ik op mijn pad ben tegengekomen denken dat Christenen, Christen zijn omdat ze er mee zijn opgegroeid. Ondanks het tal van uitzonderingen is mijn opvoeding voor mij zeker van invloed geweest. De opvoeding is echter geen volledige verklaring, want een aanzienlijk aantal kinderen behoud niet het geloof van hun ouders en familie. Zo zijn er tal van kinderen die zonder expliciet geloof zijn opgevoed maar God wel hebben gevonden in het Christendom. Kinderen verzetten zich op een bepaalde leeftijd tegen hun ouders en ontwikkelen zo hun eigen identiteit. Zo voel ik me niet geroepen en aangetrokken bij de eindeloze zangdiensten van de evangelische gemeente die mijn ouders bezoeken.

 

Maar zoals iedereen die ooit kind was ben ik ook opgegroeid, met als gevolg zelf keuzes te moeten maken. Zo heb ik nagedacht over geloof en hoe ik daar zelf in sta. Het valt mij op dat de ethiek van onze omgeving buiten het geloof erg breekt met die van mensen die daarbinnen staan. Ondertussen heb ik in mijn studententijd veel mensen gezien die seksueel gezien zonder enig moraal leefden, daardoor beschadigd werden en weer anderen beschadigden. Hierbij viel het op dat mensen met een geloof in God zich sterker bewust waren van hun handelen. De mensen zonder sterk geloof die zich toch sterke morele codes handhaafden waren zeldzaam. Enkele van hen heb ik zien falen en daarna een soort ‘wat maakt het nu nog uit’ mentaliteit zien aannemen. Ook ben ik uitzonderingen tegen gekomen waar mensen met expliciet geloof geen morele codes hadden. Dit was dan niet te rijmen met het geloof dat ze claimde te hebben.

 

Door mijn ervaring en enkele discussies kwam ik er achter dat mensen principes nodig hebben om zichzelf tegen zonde te beschermen. Maar principes die niet gebaseerd zijn op geloof blijken op zand te zijn gebouwd, als de regen en storm komt, blijft er weinig van over. Waar principes uit geloof zijn, zijn ze als op een rots verankerd. Geloof helpt dus bij het verankeren van principes, daarnaast dient iedereen bepaalde geloofsaannames te hebben omdat wij niet alwetend zijn en geen mogelijkheid hebben alles te verifiëren. En zelfs al was dat mogelijk dan zal onze beperking in tijd en plaats het niet toe laten. Zo is alles wat we zien en ervaren eigenlijk uniek. ‘a’ is niet volledig gelijk aan ‘a’ door het verschil in tijd en plaats. Een praktisch voorbeeld is dat als we een lange weg hebben en er rijd een bus tussen bushalte één en twee. Dan is die bus op het moment dat deze bij één is anders in tijd vergeleken met het zijn bij bushalte twee.

 

Daarnaast zijn bushalte één en twee niet gelijk in plaats, er zit afstand tussen. Nu we zeker zijn dat we geloofsaannames moeten maken rijst de vraag wanneer geloof in iets gerechtvaardigd is. Hiervoor zijn verschillende benaderingen waaronder de benadering van de empirie (zintuiglijke ervaring) zoals in de natuurwetenschap wordt toegepast. Maar naast de natuurwetenschappelijke die zich richt op het geen dat te testen is, is er ook de axiomatische via de logica.

 

Als we geloof in historische context bekijken, is het gevestigd in het bovennatuurlijke dat in iedere cultuur voorkomt. Wij mensen zijn spirituele wezens, wat inhoud dat we dus meer zijn dan alleen het fysieke. Wij hebben gedachten, denkbeelden en in ons leven een historie aan gedachten en daden die daar uit voort zijn gevloeid. Daarnaast is de gehele aarde getuige van de bronoorzaak, God. Niets kan tot ontstaan komen zonder een bronoorzaak. Sommige noemen de big-bang, maar als dat heeft plaatsgevonden dan heeft dat ook een oorzaak. Er blijft dan altijd een bronoorzaak over. Deze bronoorzaak moet dan oorzaak in zichzelf zijn en dus niet gelimiteerd zijn aan de dimensies zoals wij die ervaren. Want alles dat daar wel aan gelimiteerd is komt tot ontstaan en zal uiteindelijk vergaan.

 

Ook ben ik me ervan bewust dat als je als men niet voor een hoogste kiest, dat het zichzelf automatisch opvult. Hierbij komt men dan ook makkelijk op een glijdende schaal. Daarnaast stelt het Christendom God centraal en God is liefde. Vanuit deze liefde voldoet men aan alle wetten die er in staan. Daarnaast biedt het een volmaakt voorbeeld in Jezus en duidelijke richtlijnen die de mens van ongezonde praktijken af houden. Het Christendom spreekt mij aan doordat het pragmatisch is in het doorbreken van de cirkel van haat. Het laat ons God kennen door de liefde die Hij is. De cirkel van haat wordt veroorzaakt door ‘oog om oog, tand om tand’. Het geeft de mens zekerheid in doen en laten, vergeving en de kans iedere keer opnieuw te beginnen als hij heeft gefaald. Het geeft een doel in het leven (Het geloof delen en naar Gods wil te leven door Jezus te volgen) en verzorgd zingeving ( het zo dicht mogelijk bij God komen door het de doelen na te leven om deel te nemen aan het koninkrijk van God).

 

Vervolgens biedt het Christelijke de mens een pad om vrij te komen van de verslavingen (ook aan materiele bezittingen) en te zorgen voor de minder bedeelden die echt nood leiden. Het plaatst de mens als gelijkwaardig in Gods ogen, ondanks alle verschillen in geslacht, cultuur en huidskleur. Dit is onder andere waarom de eerste Christen gemeentes in het Romeinse rijk als raar en onbehoorlijk werden gezien. Omdat de meester in de Christelijke samenkomst gelijkwaardig of zelfs als mindere gezien kon worden van zijn eigen slaaf (dit laatste in het bijzonder als de slaaf ouderling is).

 

Daarnaast dient niet onderschat te worden dat het een wonder is dat het Christendom zo is gegroeid. Het visioen van keizer Constantijn en het daardoor legaal verklaren van het Christendom was een politiek gezien onlogische zet. Omdat de Christenen een minderheid waren die niet echt politieke macht hadden en nog geregeld werden vervolgt. Dat de keizer van het Oost-Romeinse rijk een droom kreeg en een persoon zag die zei ´bij dit teken zul je overwinnen´ is erg bijzonder. Het teken dat hij in die droom zag was het kruis, dat hij vervolgens gebruikte als afbeelding op de bewapening van zijn manschappen in de strijd. Het was pas na de overwinning dat keizer Constantijn het Christendom erkende en zelfs bevoordeelde. (Constantijn de Grootte werd zelf echter pas Christen vlak voor het eind van zijn leven, toen besloot hij zich te laten dopen.)

 

Het Christendom wordt zelfs bevestigd door vrijwel alles om me heen. Zelfs in mensen die het verwerpen en met God spotten. Herkent u mensen die voldoen aan de volgende omschrijving: Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren. Deze mensen zijn net redeloze dieren, zo lasteren ze wat ze niet eens kennen. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan. Ze zwelgen in hun bedrieglijk genot. Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht.~ Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf (Dit maakt deel uit van 2 petrus 2).

 

Waarom Christendom als vergeleken met Buddhisme en Islam?

Het Christendom is voor mij het geloof, omdat Jezus van Nazareth veel verder is gegaan dan Siddhartha Gautama (Buddha) die ook rijkelijk gezegend was met nederigheid en immaterialisme. Het verschil is echter dat Buddha zocht naar waarheid en Jezus waarheid is. Daarnaast verwijst Jezus expliciet naar de God buiten ons, die ook in ons kan werken. Ter vergelijking gaf Siddhartha Gautama zijn bezittingen op voor een bewust leven van zichzelf en anderen. Hier gaf Jezus zijn eigen leven om ons de weg te wijzen naar het Koninkrijk Gods evenals dat Jezus vergeving biedt door zijn offer, de kruisdood.

 

Daarnaast is Jezus ook expliciet een geestelijk strijder en iemand die de cirkel van geweld doorbreekt door juist op te roepen tot geweldloosheid door de andere wang toe te keren (Lucas 6:29). Zo wordt daarnaast in 1petrus3:17 gesteld:´Het is beter te lijden voor het goede dat men doet, zo God dat wil, dan voor het kwaad dat men bedrijft`. Jezus is zeker niet iemand van het zwaard zoals de profeet van de Islam, Mohammed. Op dit moment zijn zwaarden van de  profeet van de Islam en zijn handlangers nog steeds te bewonderen in het Topkapi Palijs in Istanbul,Turkije. Mohammed was allicht een succesvol generaal met de zevenentwintig militaire campagnes die hij in gang had gezet tijdens zijn leven (Hiervan had hij er persoonlijk negen geleid). Ondanks de moordpartijen die hij heeft uitgevoerd en uit laten voeren, heeft hij ook sociale hervormingen gebracht die volgens meeste Moslims voor die tijd een verbetering waren. Deze sociale hervormingen in vorm van Sharia en de moordpartijen zijn nog steeds terug te vinden in de Koran evenals in de Hadith. Helaas is het historisch gezien niet te ontkennen dat in gebieden waar Islam dominant is, vanuit de opvattingen van hun Profeet anders gelovigen meestal worden onderdrukt. Dit is gebeurt en gebeurt nog steeds door verschillende vormen van onderdrukking variërende van pesterijen, beperktere vrijheid, extra belastingen en een overheid die geen bescherming biedt en hen structureel juridisch benadeelt. Zelfs in de seculiere staat Turkije met een Islamitische populatie zijn dit soort praktijken nog steeds aanwezig.

 

Mohammed had zelf ook mensen in Mekka met het zwaard bekeerd. Daarnaast is de relatie die Mohammed had met Aisha (of Aïcha) controversieel, dit gezien er expliciet in verschillende Hadith wordt vermeld dat Mohammed op Aisha´s zesde verjaardag om haar hand vraagde, met haar trouwde en het huwelijk op haar negende consumeerde.

 

Dit laat mij tot niet anders concluderen dat Mohammed niet echt een voorbeeldig mens was. Ondanks deze negatieve kanten kent de Islam ook zeer positieve kanten, zo benadrukt het ook de zorg voor arme mensen. De situatie van Mohammed en Aisha zegt echter niets over de Moslims die ik ken. Geregeld heb ik fijne gesprekken met hen. De vriendelijke manier waarop ik met ze spreek, evenals de sociale cultuur en de gastvrijheid die ik bij hen heb ontdekt, kunnen het voorbeeld dat Mohammed is echter niet goed maken. Dit geeft iets weer van die mensen zelf en hoe zij in het leven staan en wat hun culturele identiteit is. (iets waar bepaalde autochtone Nederlanders nog redelijk wat van kunnen leren).

 

Het Christendom bevat zowel God die door de mens heen kan werken, als mede de verhevene God die ook buiten de mens is. De God van de Christenen en Joden staat bekend als JWHW (exodus 3:14). Buddhisten erkennen alleen een God die in de mens zelf is. Moslims daarentegen kennen een God die buiten de mensen is. Daarbij wordt vanuit het Christendom erkent dat Jezus niet van God te onderscheiden is op de liefde en naleving van de wet. Hierbij is het Christendom dus uniek in de zin dat God dus door de mens heen werkt, evenals dat Jezus niet te onderscheiden is van God en dat God meer is dan de mens. Daarnaast is de omnipotente God, JWHW, alom aanwezig.

 

Het is essentieel om God zowel in ons als buiten ons te erkennen op dat we nederig mogen blijven. Zo kan de mens open staan om niet alleen leiding van jezelf te krijgen, maar ook van de verheven God die overal aanwezig is. Zo stelde Elie Wiesel in het concentratie kamp waar hij zat “Ook hier is God aanwezig”. God is dus absoluut niet beperkt tot onszelf, God is veel groter.

Leave a reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.