Zonde die de dood verdient

Het theïsme heeft als uitgangspunt dat de God van Abraham alles heeft gemaakt en dat God goed is. Zowel in het nieuwe als in het oude testament van de bijbel komt naar voren dat God liefde is (Deutronomium 4:311 Johannes 4:8). Het gaat zelfs zo ver dat er in 1 Johannes 4:7 gesteld wordt dat iedereen die lief heeft daar God in kent. Zo is het ook zo dat wie niet lief heeft die kent God niet omdat God liefde is (1 Johannes 4:8). Daarnaast leert de bijbel dat God ons niet in het verderf zal storten (Deutronomium 4:31). Het is Gods liefde dat wij vrijheid kennen.

 

De bijbel leert duidelijk dat God vijanden heeft, deze vijanden streven er naar om de mens zo ver mogelijk van God te houden. De mens heeft volgens de bijbel zelf de deur voor dit kwaad opengezet door in diens gegeven vrijheid te breken met God. De vijand van God bood de mens de kans om kennis van goed en kwaad te leren om zo meer als God te zijn. Tot dat moment kende de mens alleen maar goed. Zo was het bij het breken met God en het eten van de vrucht van die boom, dat de mens de deur had geopend voor kwaad, en zo leerde de mens naast het goede ook het kwaad kennen. Het kwaad is per definitie datgene dat breekt met God. God is dus het referentiepunt van het goede en het kwaad is alles dat daarmee breekt.

 

God heeft het volk Israël de wet gegeven waaronder de tien geboden:

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.
2. Geen beelden maken om die te vereren/aanbidden.
3. Gij zult de naam van de eeuwige, uw god, niet ijdel gebruiken.
4. Gedenk de Sabbat, dat gij die heiligt.
5. Eer uw vader en uw moeder.
6. Gij zult niet doodslaan.
7. Gij zult niet echtbreken.
8. Gij zult niet stelen.
9. Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.
10. Gij zult niets begeren dat van uw naaste is.

 

Naast deze tien geboden heeft het volk Israël ook de wet van Mozes gekregen die voor Joden en Christenen te vinden is in het bijbelboek Leviticus. Deze wetten bevatten ook veroordelingen en zelfs gedragingen die in God’s ogen de dood verdienen. Om een voorbeeld te geven van voorbeelden:

Leviticus 20:

[8] Houd je aan mijn bepalingen en leef ze na; ik ben de HEER, ik heilig jullie.

[9] Wie een vloek uitspreekt over zijn vader of zijn moeder, moet ter dood gebracht worden. Hij heeft zijn eigen vader of moeder vervloekt en heeft zijn dood aan zichzelf te wijten.

[10] Wie overspel pleegt met een getrouwde vrouw, een vrouw die een ander toebehoort, moet ter dood gebracht worden. Beide echtbrekers moeten worden gedood.

[11] Wie het bed deelt met de vrouw van zijn vader, onteert zijn vader. Man en vrouw moeten beiden ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.

[12] Wanneer iemand het bed deelt met zijn schoondochter, moeten zij beiden ter dood gebracht worden. Ze hebben zich pervers gedragen en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.

[13]  Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.

 

Ondanks het strikte karakter van deze wet, was en is het voor de Israëlieten een zegen dat ze de wet hebben ontvangen. Om dit te vieren wordt het feest Simchat Thora gevierd, dat vreugde der wet betekent. De wet is een zegen omdat het expliciet zonde aanduid en aangeeft wat men met die zonde verdient. Het laat daarmee zien hoe God de mens liefheeft en wanneer de mens zich op het domein van het kwaad begeeft, opdat de mens bewust kan breken met de zonde. Het is Gods wil dat wij niet zondigen, maar omdat de mens voor die zonde heeft gekozen, heeft de mens zich vatbaar opgesteld voor het kwaad. Als wij onszelf verbinden met zonde en daarmee afstand nemen van God dan roepen we het kwaad over ons zelf uit. Het oordeel is er niet omdat God het zo leuk vind, maar omdat God rechtvaardig is en de mens zelf kiest waar hij/zij staat. Gods liefde voor de mens blijft onconditioneel, echter is het de mens die die liefde wel of niet wil aanvaarden.

 

Het is duidelijk dat de zaken die volgens Leviticus de dood verdienen afschuwelijk zijn in de ogen van God. (Bij de ontuchtzonde zoals homoseksualiteit en seks met dieren wordt dat expliciet aangegeven in Leviticus 18). Daarmee is duidelijk dat de beschreven praktijken die worden veroordeeld zonde zijn. Maar nu dienen we ook te kijken wat deze wetten betekenen voor de Christelijke leer. Daarbij dient gekeken te worden naar wat er verder over geschreven is in het nieuwe testament en hoe Jezus er mee om is gegaan.

 

Om een voorbeeld te geven van wat het nieuwe testament beschrijft kunnen we kijken naar Romeinen 1:18-32. Daar blijkt duidelijk dat ‘homoseksualiteit, kwaadaardigheid, afgunst, hebzucht, verafgoding, moordzucht, twistziek zijn, hoogmoed, trots, ontzagloosheid voor ouders, onbarmhartigheid,  liefdeloosheid, doortraptheid, onrechtvaardigheid, roddelen, kortzichtigheid, trouweloosheid en verwaandheid’ de dood verdienen. Verscheidene van deze staan ook in 1 Timotheus 1:9-10.

 

Hoe Jezus met de veroordelende teksten omgaat is onder andere beschreven in Johannes 8. In het kort komt het neer op het volgende: Een vrouw is op heterdaad betrapt op ontucht waar de wet van Mozes de dood bij voorschrijft. De menigte wil de vrouw stenigen, Jezus geeft aan `wie zonder zonde is, werpt de eerste steen`. Waardoor er niemand een steen gooit en de vrouw blijft leven. Jezus zegt dan ten slotte tegen haar `ga naar huis, en zondig niet meer´. Dit geeft aan dat rechtvaardigheid de dood als oordeel heeft, Jezus redt en dat de voltrekking van het oordeel niet aan ons is.

 

Helaas zijn er momenteel bepaalde kerkelijke gemeente die in hun leergezag mensen met toewijding tot zonde hebben aangesteld. Daar wordt zonde ook niet als zodanig benoemt. Dit zijn onder andere de Anglicaanse kerk en de vrijzinnige PKN gemeenten. 1 Romeinen 32 stelt: Hoewel ze het vonnis van God kennen en weten dat mensen die dergelijke dingen doen de dood verdienen, doen ze dit alles toch. Sterker nog, ze juichen het zelfs toe dat anderen het ook doen. Helaas is dat het geval als het leergezag zichzelf heeft toegewijd aan zonde. Zie hiervoor ook 1 Korintiers 9-11:

[9] Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspelige, schandknapen noch knapenschenders,
[10] dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.
[11] Sommigen van u zijn dat ooit geweest, maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.

 

Als we vers 11 bekijken, dan valt op dat het woord ‘geweest’ is gebruikt, wat inhoud dat men die zonde niet meer begaat omdat men iets niet meer is.  Verder valt op dat God de mens rechtvaardig heeft verklaard door Jezus van Nazareth en stelt dat men gereinigd is. Dit terwijl de mens het oordeel van de daden uit het verleden anders nog zal dragen. Door hem te erkennen is er vergeving mogelijk zonder brandoffers of andere riten. De mens neemt zo afstand van zonde en kan voldoen aan de twee hoofdgeboden:

God lief hebben boven al met heel uw hart ziel en verstand´ en ´uw naaste als u zelve´ (Marcus 12 vers 30-31Lucas10 vers 29-37Matthéüs 22 vers 37-39). Jezus geeft aan dat daarmee de wet vervult is. Dus als iemand God lief heeft met heel zijn hart ziel en verstand en zijn naaste als zichzelf dan zal de persoon niet meer gecommitteerd zijn aan zonde maar dan zal die persoon gedrag vertonen dat zich richt op doen wat God van ons verlangt. Dit niet uit angst, maar uit liefde.  En wat God van ons verlangt is altijd buiten het domein van wat God niet van ons verlangt. God verlangt niet dat wij zondigen. Dus als we God lief hebben boven al, dan willen wij ook niet zondigen en zullen we afstand daarvan nemen. Daarom biedt de wet van Mozes en de heldere definiëring van zonde die God ons heeft gegeven in de wet nogsteeds een richtsnoer voor het leven. Let wel dat de wet niet zal redden, het is door Jezus dat wij Gods liefde en genade hebben ontvangen. Maar het is de liefde van God die de mens voedt en de liefde van de mens naar God als die zich niet laat verleiden tot zonde.

 

“Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.” – Paulus, Romeinen 3:31

 

Leave a reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.