Bijbel Betrouwbaar?

 

;”>De Masoretische tekst

Tijdens het begin van de tiende eeuw (rond 920 n. Chr.), was er een groep
Joden die zich de Masoreten noemden. Deze Joden waren extreem
gedetailleerd in hun kopieertechnieken. De Masoreten kopieerden bijvoorbeeld Jesaja en als ze klaar waren
totaliseerden ze het aantal letters, waarna ze vervolgens de middelste
letter van het boek zochten. Als deze niet overeen kwamen dan werd een
nieuwe kopie gemaakt. Alle kopieën van de Hebreeuwse tekst uit deze
periode vertonen opzienbarende gelijkheid. Vergelijking van de
Masoretische tekst met eerdere Latijnse en Griekse versies laten de
nauwkeurigheid zien, zo is er in duizend jaar (tussen 100 v. Chr. en 900 n. Chr.)
vrijwel geen verschil te vinden.

Links:
Jeremia 10  Masoretische Aleppo Codex

Hoe weten we dat de bijbel die we vandaag de dag hebben enigszins in de buurt komt van de originele tekst? Hebben kopieerders over de eeuwen geen toevoegingen, verwijderingen en details toegevoegd, waardoor de originele boodschap in het obscure is verdwenen? Deze vragen worden regelmatig gesteld om de bron van informatie waar het Christendom op bouwt in diskrediet te brengen. Drie fouten om te voorkomen wanneer deze vragen gesteld worden. 1. Gebruik geen assumpties wat betreft inspiratie en onfeilbaarheid ten einde te bewijzen dat de bijbelboeken onfeilbaar of geïnspireerd zijn. Stel ook niet dat de bijbel geïnspireerd is omdat het claimt door God geïnspireerd te zijn. 2. Vergeet de huidige vorm van de bijbel en beschouw het als een verzameling antieke documenten. 3. Baseer je mening niet op die van moderne autoriteiten om vervolgens de documenten aan te halen (en zodanig te bewijzen dat deze “autoriteiten” het bij het rechte eind hebben). Begin bij de documenten zelf. Procedure voor het testen van de validiteit van een document. In het boek ‘Introduction in Research in English Literature History’, noemt C. Sanders drie testen voor de betrouwbaarheid inzake algemene historiografie en literaire kritieken .{1} Deze zijn: 1. Bibliografisch (dat is hoe de ‘kopieën van’ en ‘manuscripten over’ het document zich verhouden tot het origineel) 2. Intern bewijs (wat claimt het document voor zichzelf) 3. Extern bewijs (hoe het document zich verhoudt tot de feiten, data en personen uit diens eigentijdse wereld) C. Sanders is professor van militaire geschiedenis, deze drie criteria worden gebruikt voor het testen van de betrouwbaarheid van historische gebeurtenissen. Vanuit deze benadering zullen we verder gaan met de bibliografische en tekstuele bewijsvoering voor de betrouwbaarheid van de bijbel. Het Oude Testament Voor zowel het oude als het Nieuwe Testament geldt de volgende vraag: ‘Kunnen we zonder originele of aantekeningen een reconstructie maken die goed genoeg is om de oudste manuscripten die we hebben te reconstrueren?’. Dit, zodat ze een ongestoorde kijk opleveren van de echte personen, plaatsen en gebeurtenissen. De kopiist De kopiist werd in de oudheid als een professional beschouwd. Destijds bestonden er nog geen drukpersen, waardoor mensen werden opgeleid voor het kopiëren van documenten. Deze taak werd in geval van het Oude Testament voornamelijk ondernomen door toegewijde Joden. Deze kopiisten geloofden dan ook dat ze bezig waren met een heilig geschrift, het woord van God. Hierdoor waren ze extreem zorgvuldig (men had geen backspace en ook geen tipp-ex). Doordat het werk zo belangrijk werd gevonden werd het niet “even snel” overgeschreven. De oudste complete kopie van het Hebreeuwse Oude Testament dateert van rond 900 A.D.

 

De Dode Zee rollen In 1947 werden in Qumran in grotten, nabij de vallei van de Dode Zee, vreemde kleien potten gevonden. Daarin zaten leren rollen. De Dode Zee rollen werden als één van de meest bijzondere onderscheidende archeologische vondsten van de twintigste eeuw bevonden. De rollen openbaarden dat een gemeenschap van monniken  in de vallei had geleefd van 150 v. Chr. tot 70 n. Chr. Verondersteld wordt dat zodra ze de Romeinen zagen oprukken, ze hun waardevolle rollen in de potten hebben verstopt in de grotten aan de noordwest zijde van de Dode Zee. De Dode Zee rollen bevatten een complete kopie van het boek Jesaja, een gefragmenteerde kopie van Jesaja en fragmenten van vrijwel ieder boek in het Oude Testament. De meerderheid van de fragmenten zijn van Jesaja en de Pentateuch (Genesis, Exodus, Leviticus, Numerie en Deutronomium). De boeken van Samuel waren er ook gevonden evenals twee complete hoofdstukken van het boek Habakkuk. Daarnaast waren een aantal niet bijbelse rollen gevonden die waren gerelateerd aan de commune. Deze materialen dateerden rond 100 v. Chr. Het belang van de vondst en in het bijzonder de kopie van Jesaja was erkend door Merril F. Unger, die stelde: ‘Dit complete document van Jesaja veroorzaakte om begrijpelijke reden veel sensatie omdat het de eerste hoofdzakelijk bijbelse manuscript van de vroege oudheid was, dat gevonden is. De interesse erin is bijzonder, gezien het de oudste Hebreeuwse geschriften uit de Masoretische traditie duizend jaar voor gaat.’{2} De grote waarde van de Qumran documenten ligt in de mogelijkheid die het geboden heeft voor bijbelgeleerden om ze te vergelijken met de Masoretische Hebreeuwse tekst uit de tiende eeuw n. Chr. Als na bestudering blijkt dat de Masoretische geschriften kleine tot geen tekstuele veranderingen kent in vergelijking met de gevonden geschriften bij Qumran, dan kan gesteld worden dat het waarschijnlijk is dat de overige Masoretische geschriften even betrouwbaar gekopieerd zijn. Vergelijking van Jesaja uit het Qumran manuscript met de Masoretische tekst laat zien dat deze extreem nauwkeurig zijn overgenomen. “Vergelijking van Jesaja 53 laat zien dat alleen 17 letters verschillen t.o.v. de Masoretische geschriften. Tien van deze zijn verschillen in spelling zoals Honor en Honour in het Engels. Vier zijn nihil en meer stilistisch dan inhoudelijk, zoals de aanwezigheid van een samenvoeging van zinnen door ‘en’. Daarnaast zijn er drie verschillende letters over die in het Hebreeuwse woord voor ‘licht’ zitten. Dit woord is waarschijnlijk toegevoegd aan de tekst door iemand na “ze zullen zien” in vers 11. Van de 166 woorden in dit hoofdstuk, is alleen dit woord bedenkelijk. Daarnaast veranderd het niets aan de betekenis. Bijbelgeleerden stellen dat de nauwkeurigheid typisch is voor het gehele manuscript van Jesaja”.{3}(Zo is de betekenis volledig bewaard gebleven) De Septuaginta De Griekse vertaling van het Oude Testament wordt de ‘Septuaginta’ genoemd, deze bevestigt eveneens de nauwkeurigheid van de kopiisten die de Masoretische tekst hebben doorgegeven. De Septuaginta wordt ook wel de LXX genoemd, omdat het aangenomen is dat deze door zeventig Joodse geleerden is geschreven in Alexandrië rond 200 v. Chr. De LXX blijkt een letterlijke vertaling uit het Hebreeuws te zijn, en de manuscripten die wij hebben zijn goede kopieën van de originele vertaling. (In De Stad van God(De civitate Dei contre paganos) van Aurelius Augustinus verwijst boek XIX hoofdstuk 23 naar de Septuagint)   Bevestigende vondsten Naast de direct geschreven traditie zijn er ook bevestigende vondsten. Zoals een beschreven steen, die voor 1803 was gevonden in de ruines van Babylon. Volgens het British Museum leefde (of regeerde) Nebuchadnezar van 604 tot 562 v. Chr. De Steen beschrijft het volgende: “I am Nebuchadnezzar, King of Babylon, the exalted prince, the favourite of the god Marduk, the beloved of the god Nabu, the arbiter, the possessor of wisdom, who reverences their lordship, the untiring governor who is continually anxious for the maintenance of the shrines of Babylon and Borsippa, the wise, the pious, the chief son of Nabopolassar, King of Babylon. (…) To Marduk my lord I make supplication: Oh eternal prince, lord of all being, guide in a straight path the king whom you love and whose name you have proclaimed as was pleasing to you. I am the prince, your favourite, the creature of your hand. You have created me, entrusted me with dominion over all people. According to your favour, lord, which you bestow on all people, cause me to love your exalted lordship. Create in my heart the worship of thy divinity, and whatever is pleasing to you, because you have fashioned my life. (…) By your command, merciful Marduk, may the temple which I have built endure for all time, and may I be satisfied with its splendour. In its midst, may I attain old age, may I be sated with offspring. Therein may I receive the heavy tribute of all mankind. From the horizon of heaven to the zenith, may I have no enemies. May my descendants live therein forever, and rule over the people.”  De vertaling is afkomstig van de hand van R.F. Harper en zijn boek “Assyrian and Babylonian literature” uit 1901. Deze vertaling is iets aangepast door Wouter Blesgraaf: woorden als “thou”, “thee”, “givest”, “dost bestow” enz. zijn vervangen. De steen is te vinden in het British Museum, kamer 55 (Mesopotamie), het is opvallend hoe de tekst aansluit bij het bijbelboek Daniel, die aan het hof van koning Nebuchadnezzar heeft gedient in Babylon. Conclusie In dit boek, ‘Can I Trust My Bible’, concludeerde R. Laird Harris: ‘We kunnen nu zeker zijn dat de kopiisten hun werk aan het Oude Testament met grote zorg en nauwkeurigheid hebben gedaan, zelfs teruggaand naar 225 v. Chr.……. Inderdaad, het zal ongerechtvaardigde twijfel zijn, die nu zal ontkennen dat we ons Oude Testament in een vorm hebben die zeer sterk overeenkomt met degene die gebruikt is door Ezra, toen hij de woorden van de Heer leerde aan hen die waren teruggekeerd uit de Babylonische ballingschap.’{4} Het Nieuwe Testament Het complete Nieuwe Testament en delen daarvan zijn terug te vinden in meer dan 4.000 verschillende oud Griekse manuscripten die zijn teruggevonden. Deze zijn op verschillende materialen geschreven. Papyrus en Perkament Tijdens de vroeg Christelijke periode was het meest gebruikte schrijfmateriaal papyrus. Dit hoog duurzame riet uit de Nijl-Vallei werd samengelijmd zoals multiplex en vervolgens gedroogd in de zon. In de twintigste eeuw zijn vele overblijfselen van documenten teruggevonden op papyrus. Voornamelijk in de droge landen van Noord Afrika en in het Midden Oosten. Een ander materiaal dat gebruikt werd was Perkament. Dit is gemaakt van de huid van een schaap of geit en werd veel gebruikt  tot papier het begon te vervangen in de late Middeleeuwen. Het was schaarser en kostbaarder; waardoor het exclusiever gebruikt werd door vermogende mensen voor belangrijke documenten. Voorbeelden.

1. Codex Vaticanus en Codex Siniaticus Codex Vaticanus en Codex Siniaticus zijn twee excellente perkamenten kopieën van het Oude en Nieuwe Testament dat dateert uit de 4e eeuw na Christus (geschat 325-450 A.D).{5}Rechts: Codex Sinaiticus Sinaiticus was gevonden in een kloosterbibliotheek op de helling van de Sinai berg in 1859. Eerst is deze naar St. Petersburg gegaan, later is Sinaiticus verkocht aan het Britse Museum in Londen, waar het op dit moment in bewaring is.Codex Vaticanus bevind zich nu in het Vaticaan in Rome daarvoor kwam deze codex uit Constantinopel.  Het is in de veertiende eeuw als geschenk gegeven aan de Paus.  codex Sinaiticus

2. Oudere Papyrus Eerder nog waren fragmenten en papyrus kopieën van delen uit het Nieuwe Testament gevonden die zijn gedateerd tussen 180 en 225 n. Chr. Enkele bijzondere hiervan zijn de Chester Beatty Papyrus (P45, P46, P47) en de Bodmer Papyrus II, XIV, XV (P46, P75). Van deze vijf manuscripten alleen al kunnen we alles van het Lucas evangelie, het Johannes evangelie, Romeinen, 1 en 2 Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen, 1 en 2 Tessalonicenzen, Hebreeën en delen uit Mattéüs, Markus, Handelingen en Openbaringen opmaken. Alleen de pastorale brieven Titus, 1 en 2 Timoteüs en de brieven Jacobus, Petrus 1 en 2 en Johannes 1,2, 3 en Filemon zijn er niet in terug te vinden .{6} 3. Oudste Fragment Een van de oudste delen van de Schrift dat is teruggevonden, is een fragment van een papyrus codex dat Johannes 18:31-33 en 37 bevat. Het wordt het Rylands Papyrus genoemd (P52) en dateert uit 130 A.D. Gevonden in Egypte, de Rylands Papyrus heeft de critici gedwongen om het Johannes Evangelie in de eerste eeuw te plaatsen. Daarmee is het idee dat ‘deze niet door de Apostel Johannes geschreven zou kunnen zijn’ weerlegd.{7} 4. Dit manuscript is bewijs en creëert een brug van bestaand papyrus en perkament fragmenten en kopieën van het Nieuwe Testament zodat het zeer aannemelijk is dat de originelen uit de eerste eeuw afkomstig zijn.

Ondertussen zijn er door de vele vondsten en moderne technieken van afgelopen decennia betere dateringsmethoden mogelijk gemaakt. Zo zijn bepaalde fragmenten van de evangeliën opnieuw gedateerd. Zo komt het Magdalen Papyrus (P64) dat eerst gedateerd was op de 2e eeuw na Christus te staan als één van de oudste vondsten van het Mattéüs evangelie op een datering tussen 30 en 70 n. Chr.  Magdalen Papyrus

Kerkvaders.Vertaalde versies  Naast de Griekse manuscripten zijn er meer dan 1.000 kopieën en fragmenten van het Nieuwe Testament in Syrisch, Koptisch, Armeens, Gotisch en Ethiopisch, evenals 8.000 kopieën van het Latijnse Vulgaat (de Latijnse editie van de Bijbel vertaald uit Hebreeuws en Grieks eind 4e eeuw). Delen hiervan dateren terug naar Hiëronymus (St. Jerome): originele vertaling eind vierde eeuw. Verdere getuigen voor het Nieuwe Testament is verweven in de duizenden quotaties die gevonden zijn in de geschriften van de eerste kerkvaders (1e-5e eeuw), die de Apostelen volgde en leiderschap gaven aan de opkomende kerk, beginnend met Clement van Rome (96 n. Chr.). Het is onderzocht dat als alle van de Nieuwe Testament manuscripten en versies die vermeld zijn zouden verdwijnen,  dan is het nog mogelijk om het gehele Nieuwe Testament met Quotaties van deze kerkvaders te reconstrueren, met uitzondering van vijftien tot twintig verzen. Een vergelijking Het bewijs van het vroege ontstaan van het Nieuwe Testament is duidelijk vastgesteld. De grote hoeveelheid aan materialen van het Nieuwe Testament wordt in perspectief geplaatst, zodra we het vergelijken met andere oude documenten die betrouwbaar worden bevonden met een fractie van het bewijs dat het Nieuwe Testament heeft.

Auteur en Werk Auteur’s levensduur Tijdspanne gebeurtenissen Datum van Geschrift* Vroegst gedateerde vondst MS** tijdspanne: gebeurtenis naar geschrift tijdspanne: gebeurtenis naar MS
Matteüs, Evangelie ca. 0-70? 4 v. Chr. – n. Chr. 30 50 – 65/75 ca. 200 <50 jaar <200 jaar
Markus, Evangelie ca. 15-90? 27 – 30 65/70 ca. 225 <50 jaar <200 jaar
Lucas, Evangelie ca. 10-80? 5 v. Chr. – n. Chr 30 60/75 ca. 200 <50 jaar <200 jaar
Johannes, Evangelie ca. 10-100 27-30 90-110 ca. 130 <80 jaar <100 jaar
Paulus, Brieven ca. 0-65 30 50-65 ca. 200 20-30 jaar <200 jaar
Josephus, Oorlog ca. 37-100 200 v. Chr. – n. Chr. 70 ca. 80 ca. 950 10-300 jaar 900-1200 jaar
Josephus, Oudheid ca. 37-100 200 v. Chr. – n. Chr. 65 ca. 95 ca. 1050 30-300 jaar 1000-1300 jaar
Tacitus, Annals ca. 56-120 n. Chr. 14-68 100-120 ca. 850 30-100 jaar 800-850 jaar
Seutonius, Lives ca. 69-130 50 v. Chr. – n. Chr. 95 ca. 120 ca. 850 25-170 jaar 750-900 jaar
Plinius, Brieven ca. 60-115 97-112 110-112 ca. 850 0-3 jaar 725-750 jaar
Plutarchus, Lives ca. 50-120 500 v. Chr. – n. Chr. 70 ca. 100 ca. 950 30-600 jaar 850-1500 jaar
Herodotus, Geschiedenis ca. 485-425 v. Chr. 546-478 v. Chr. 430-425 v. Chr. ca. 900 50-125 jaar 1400-1450 jaar
Thucydides, Geschiedenis ca. 460-400 v. Chr. 431-411 v. Chr. 410-400 v. Chr. ca. 900 0-30 jaar 1300-1350 jaar
Xenophon, Anabasis ca. 430-355 v. Chr. 401-399 v. Chr. 385-375 v. Chr. ca. 1350 15-25 jaar 1750 jaar
Polybius, Geschiedenis ca. 200-120 v. Chr. 220-168 v. Chr. ca. 150 v. Chr. ca. 950 20-70 jaar 1100-1150 jaar

*Waar een  slash staat aangegeven, is de eerste datum conservatief, en de tweede liberaal. **Nieuwe Testament manuscripten zijn gefragmenteerd. Vroegste complete manuscripten die gevonden zijn komen van ongeveer 350 n. Chr..

.     Conclusies In het boek ‘The bible and Archeology’, stelde Sir Frederic G. Kenyon, voormalig directeur en rector bibliothecaris van het Britse Museum over het Nieuwe Testament: “Het interval tussen de data van originele compositie en vroegst gedateerde bewijsstukken zijn zo klein geworden dat ze verwaarloosbaar zijn, zodat het aannemelijk is dat de aan ons doorgegeven Schriften niet substantieel verschillen van de oorspronkelijke. Daarmee zijn de laatste fundamenten voor twijfel over de overlevering verwijderd. Zowel de authenticiteit en de algemene integriteit van de boeken in het Nieuwe Testament kunnen eindelijk beschouwd worden als gevestigd.”{8}. Dit is dan alleen al op basis van de teruggevonden bewijzen die de test van tijd hebben doorstaan.   Om te twijfelen aan de 27 geschriften in het Nieuwe Testament, en te zeggen dat ze onbetrouwbaar zijn, staat gelijk aan het in het obscure laten verdwijnen van alle geschriften uit de Klassieke Oudheid. Want geen van de andere geschriften uit de oudheid heeft zo’n sterk getuigende bibliografie als die van het Nieuwe Testament.   B.F. Westcott en F.J.A. Hort, de makers van “The New Testament in Original Greek”, stelden: “Als we vergelijkende trivialiteiten* terzijde schuiven en het werk dat overblijft nog steeds onderwerp van twijfel laten, dan kan dat naar onze mening nauwelijks meer zijn dan één duizendste van het gehele Nieuwe Testament.” {9} Met andere woorden, de kleine veranderingen en variaties in manuscripten veranderen niets aan de doctrine: ze beïnvloeden het Christendom in de minste mate. Het bericht is hetzelfde met of zonder de variaties. We hebben het Woord van God.   *zoals de veranderingen van volgorde, de toevoeging of weglating van het deel met juiste namen en dergelijke terzijde zijn geschoven.   The Anvil? God’s Word. Last eve I passed beside a blacksmith’s door And heard the anvil ring the vesper chime: Then looking in, I saw upon the floor Old hammers, worn with beating years of time. “How many anvils have you had,” said I, “To wear and batter all these hammers so?” “Just one,” said he, and then, with twinkling eye, “The anvil wears the hammers out, you know.” And so, thought I, the anvil of God’s word, For ages skeptic blows have beat upon; Yet though the noise of falling blows was heard, The anvil is unharmed . . . the hammer’s gone.  -Author unknown Referenties: 1. C.Sanders, Introduction in Research in English Literacy (New York: MacMillan, 1952), 143. 2. Merrill F. Unger, Famous Archaeological Discoveries (Grand Rapids: Zondervan, 1957), 72. 3. R. Laird Harris, Can I Trust My Bible? (Chicago: Moody Press, 1963), 124. 4. Ibid., 129-30. 5. Merrill F. Unger, Unger’s Bible Handbook (Chicago: Moody Press, 1967), 892. 6. Ibid. 7. Ibid. 8. Sir Fredric Kenyon, The Bible and Archaeology (New York: Harper & Brothers, 1940), 288ff. 9. B.F. Westcott, and F.J.A. Hort, eds., New Testament in Original Greek, 1881, vol. II, 2. >>Terug naar de begin pagina<< Oorspronkelijke editie door Jimmy Williams, vertaald en aangevuld door: Ruben van den Bogaard. Taalkundig gecontroleerd door taalkundig adviseur: Timodus Versteegen.   Over James F. Williams: James F. Williams holds degrees from Southern Methodist University (B.A.) and Dallas Theological Seminary (Th.M.). He also has pursued inter-disciplinary doctoral studies (a.b.d.) in the humanities at the University of Texas at Dallas. During the past thirty-five years, he has visited, lectured, and counseled on more than 180 university campuses in the United States, Canada, Europe, and the former Soviet Union. He has also served on the faculties of the American, Latin American, and European Institutes of Biblical Studies.   Origineel van Jimmy Williams: http://www.leaderu.com/orgs/probe/docs/bib-docu.html   Plaatjes: http://biblefacts.org/history/oldtext.html#codvat

One comment on “Bijbel Betrouwbaar?

  1. Johna383

    Nice read, I just passed this onto a friend who was doing some research on that. And he just bought me lunch since I found it for him smile So let me rephrase that Thank you for lunch! Whenever you have an efficient government you have a dictatorship. by Harry S Truman. adcbfdfgedck

Leave a reply to Johna383 Reactie annuleren

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.